Taak van de overheid draagt een bovenmenselijk karakter

NUNSPEET – In de Hervormde Dorpskerk werd, op initiatief van het ‘Huis van Gebed’, de avond voor Prinsjesdag een Kroonbede belegd. Rond de vijftig personen, behorend tot verschillende kerken en groeperingen, hadden aan de oproep gehoor gegeven. Het was bemoedigend, dat ook het college van B & W en de gemeenteraad waren vertegenwoordigd.

Het appèlwoord werd gesproken door mr. G. Holdijk, lid van de Eerste Kamer, voor de SGP. Hij benadrukte, dat de overheid ‘Gods dienaresse’ is en dat zij ‘het zwaard niet te vergeefs draagt’(Rom. 13). Als dienaresse is zij ambtsdrager en heeft zij het werk van God op aarde te verrichten. Het ‘zwaard dragen’ is niet bijkomstig, maar essentieel. Deze taak is echter alleen te begrijpen en tot uitvoering te brengen, vanuit het kruis van Christus.
Tot die overheid wordt ook gezegd: ‘Gij zijt goden’. De glans van de majesteit van God ligt over haar, al is dat verborgen en in zonde. De overheid is geen menselijke instelling. Het overheidsgezag draagt een Goddelijk karakter.

Mr. Holdijk ging ook in op de noodzaak van voorbede. In 1 Tim. 2 : 1 -7 wordt uitdrukkelijk en uitvoerig over die voorbede gesproken. Het is een wezenlijke opdracht aan de kerk, net zo als b.v. de verkondiging, het belijden, de lofprijzing en de zorg voor hen die dat nodig hebben. De voorbede is niet bij de kerk zelf opgekomen, omdat zij dat nodig of zinvol acht, maar het bidden voor de overheid is haar door God opgedragen.

Daarom bidt zij ook voor de overheid als overheid: goed of slecht, christelijk of niet. De kerkelijke voorbede heeft wel een kritisch gehalte, gericht op zichzelf, de wereld en die overheid.

De inhoud van het bidden voor het over ons gestelde gezag is, dat de regering het wereldlijke zwaard in gerechtigheid en billijkheid mag hanteren. Er wordt niet gevraagd om de zegen in de zin van succes voor het eigen streven van de staat. Er wordt gebeden of God Zijn Woord aan de overheid wil geven, opdat zij Zijn wil zal kennen en doen.
Gezien het kritische gehalte van de voorbede, kan er ook gebeden worden om bekering van de overheid. Ook de grens van de overheidsmacht, o.a. wat betreft de vrijheid van de kerk, mag daarin duidelijk worden afgebakend.

‘De eigenlijke betekenis van de voorbede moet daarin gezocht worden, dat in de werkelijkheid de levende God aan de overheid de kracht moge geven om samen met de kerk het werk des heils op aarde te verrichten. Daar bidden wij kinderlijk om en wij geloven dat God dat heilswerk wil doen en dat wij zo alleen gered worden’, zei mr. Holdijk.

Hij constateerde ook, dat het houden van een Kroonbede veel minder vaak voorkomt, dan het wijdverbreide onbehagen en de onvrede die er onder de bevolking valt te bespeuren ten aanzien van het beleid van de overheid. Deze gevoelens komen in het wantrouwen van die overheid aan het licht.
Na het appèlwoord van de inleider werd er voor de landelijke, provinciale en plaatselijke overheid gebeden, als ook voor Israël en de wereldmachten. De bijeenkomst werd afgesloten met het staande zingen van het ‘Wilhelmus’, waarna nog de zegenbede volgde.

G.J. Mekenkamp

Bezinning leidt tot effectiever vergaderen

Dat was de ervaring die ds. M.A. Noorloos uit Apeldoorn op maandag 8 september aan ambtsdragers, werkers binnen de kerkelijke gemeenten en overige belangstellenden doorgaf tijdens zijn inleiding voor het ‘Huis van Gebed’. Onder het thema: ‘Roeien met de riemen die je hebt’, sprak hij over de plaats van het gebed in het gemeenteleven.

Hij deed dat aan de hand van Joh. 14:1-17. In dat gedeelte bemoedigt Christus Zijn discipelen in verband met Zijn naderend afscheid. Hij zegt hen daarbij de komst van de Heilige Geest toe. De Heere Jezus roept Zijn leerlingen tevens op tot geloof en gebed.
Geloof en gebed! Dat zijn de riemen waarmee wij moeten roeien. Dit spreekwoord houdt iets in van ‘behelpen met wat voor handen is’. Maar in het Evangelie klinkt juist de zekerheid door, te ontvangen alles ‘wat gij begeren zult in Mijn Naam’. Deze boodschap is totaal anders dan het ‘houd er de moed maar in’, dat we zo vaak om ons heen horen. Hier worden we opgeroepen op Jezus’ woorden en daden te vertrouwen.

In zijn praktische toespitsing schetste ds. Noorloos de hoeveelheid tijd en energie die gemeentebreed in allerlei activiteiten wordt gestoken. De momenten die aan gebed en bezinning worden besteed, steken daarbij schril af. En dat is nu juist de basis voor al het werk! Daarvoor is doorzettingsvermogen nodig. Zoals de eerste gemeente, als één man, volhardde in het samenkomen, het bidden, het breken van het bood en in de lofprijzing.

De inleider pleitte ervoor de volgorde waarin nu vaak wordt gehandeld, om te keren. De reeks: a, b, c (activiteit, bezinning, communicatie) moet juist met het vergroten van de onderlinge band beginnen. De bezinning op de Schrift en in het gebed zal zo breder worden gedragen. Hierdoor is er eerder zegen op alle activiteiten te verwachten. Wanneer in een vergadering aandacht wordt besteed aan de onderlinge verhoudingen en er tijd is voor het Woord en voor het gebed, zal de afhandeling van de agenda een ander verloop hebben. De sfeer wordt anders en er kan op een meer doeltreffende manier worden overlegd, waardoor tijdwinst wordt geboekt.

Op de vraag, hoe de ingeburgerde praktijk kan worden doorbroken, antwoordde ds. Noorloos, dat het werken volgens de genoemde omkering, blijvend moet worden nagestreefd. Daarbij is vasthoudendheid onontbeerlijk. ‘Zoek daarbij op z’n minst één bondgenoot’, was zijn advies. ‘De resultaten zijn het waard!’

Het was voor de ruim vijfentwintig aanwezigen uit allerlei kerken en groeperingen, die in ‘De Wheme’ bijeen waren gekomen, een nuttige avond.

G.J.Mekenkamp

Huis van Gebed maakt nieuw begin

Het Huis van Gebed in Nunspeet, dat dit jaar vijf jaar bestaat, maakt per 1 oktober een nieuw begin. Er is al een morgengebed van 8.45-9.45 uur van maandag tot en met zaterdag en daar komt nu een avondgebed bij van 19.00-19.45 uur. We bidden elke dag voor een bepaald onderwerp: maandag voor Christus’ Gemeente, dinsdag voor zending en evangelisatie, woensdag voor de regering, donderdag voor jongeren en ouderen, vrijdag voor de Moslimwereld en zaterdag voor Israël. Daarbij bidden wij voor dank- en gebedspunten, die deelnemers/sters inbrengen en voor gebedsverzoeken die ons bereiken en die ook ingediend kunnen worden via onze website. We zijn dankbaar, dat het aantal deelnemers/sters voor het morgengebed groeit. We hopen, dat dit ook ’s avonds zal gebeuren.
Per 1 oktober hebben we een nieuwe en eigen plek in Nunspeet; aan Brinkersweg 27: een mooie gebedsruimte in het centrum van het dorp, in een stille omgeving. Deze ruimte is open tijdens het morgen- en avondgebed en tijdens bidstonden op andere tijden.
Iedereen is hartelijk welkom om een kijkje te komen nemen en mee te bidden, ook stille bidders!

Info 0341-25 05 16